Uitleg
Taalniveaus A1 tot C2: wat betekenen ze?
A1, B1, C2: bijna elke taalcursus noemt een niveau. Hier lees je wat die niveaus van het Europees Referentiekader betekenen en hoe je een cursus kiest die erbij past.

Wat is het ERK?
Het Europees Referentiekader voor talen (ERK) is opgesteld door de Raad van Europa. De Nederlandse Taalunie geeft de Nederlandse vertaling uit, de laatste aangevulde uitgave is van 2022. Het ERK beschrijft taalvaardigheid in zes niveaus, van A1 tot C2, en die gelden voor elke taal. Daarom zie je dezelfde letters bij een cursus Spaans, Duits of Engels terug.
De zes niveaus vallen in drie groepen:
- A1 en A2: basisgebruiker
- B1 en B2: onafhankelijke gebruiker
- C1 en C2: vaardige gebruiker
De zes niveaus in gewone woorden
Hieronder staat per niveau wat je kunt, in eigen woorden samengevat uit de globale schaal van het ERK.
A1: de eerste stappen
Je begrijpt en gebruikt vertrouwde, alledaagse uitdrukkingen en eenvoudige zinnen. Je kunt jezelf voorstellen en vragen stellen en beantwoorden over bijvoorbeeld waar je woont en wie je kent. Dat lukt als de ander langzaam en duidelijk praat en je wil helpen.
A2: redden in eenvoudige situaties
Je begrijpt zinnen en veelgebruikte uitdrukkingen over onderwerpen die je direct aangaan, zoals familie, winkelen, je omgeving en werk. Je kunt eenvoudige, alledaagse dingen regelen en in simpele woorden iets over jezelf vertellen.
B1: zelfstandig op reis en in gesprek
Je begrijpt de hoofdpunten van duidelijke teksten over werk, school en vrije tijd. Je redt je in de meeste situaties op reis in een land waar de taal gesproken wordt. Je kunt eenvoudig samenhangend vertellen over ervaringen en plannen en kort uitleggen waarom je iets vindt.
B2: vlot meepraten
Je begrijpt de hoofdgedachte van complexe teksten, ook over abstracte onderwerpen en over je eigen vakgebied. Je praat zo vlot en spontaan dat een gewoon gesprek met moedertaalsprekers voor geen van beiden moeite kost. Je kunt een standpunt uitleggen met de voor- en nadelen.
C1: gemakkelijk en flexibel
Je begrijpt lange, veeleisende teksten en pikt ook op wat er tussen de regels staat. Je drukt je vloeiend uit zonder merkbaar naar woorden te zoeken, en je gebruikt de taal flexibel voor je sociale leven, je studie en je werk.
C2: bijna alles
Je begrijpt vrijwel alles wat je hoort en leest, en je kunt informatie uit verschillende bronnen samenvatten. Je drukt je spontaan, vloeiend en precies uit, ook in fijne nuances. Het ERK benadrukt dat C2 niet betekent dat je de taal als een moedertaalspreker beheerst; het beschrijft wat zeer succesvolle leerders bereiken.
Welke cursus past bij jouw niveau?
De meeste cursussen voor thuis gaan tot A2 of B1. Een paar voorbeelden van cursussen die hun eindniveau noemen:
- Starten bij nul (A1): Laudius Engels voor beginners A1, Laudius Duits voor beginners (A1) of het boek coLanguage Duits voor beginners.
- Doorgroeien naar A2: Laudius Engels voor beginners A2 of coLanguage Duits A2.
- Naar B1: de gevorderdencursussen van NHA, zoals Spaans voor Gevorderden, Frans voor Gevorderden en Duits voor Gevorderden, en Laudius Spaans voor gevorderden (B1).
Let op: niet elke aanbieder noemt een ERK-niveau. Staat het er niet bij, kijk dan naar de beschrijving van de lessen en of de cursus voor beginners of gevorderden is.
Tips om je niveau te kiezen
- Begin liever iets te laag dan te hoog. De eerste lessen gaan dan snel, en je bouwt vertrouwen op.
- Kijk naar je doel. Om je op vakantie te redden kom je met A2 al een eind. Wil je de taal voor je werk of studie gebruiken, mik dan op B1 of hoger en vraag na welk niveau er van je verwacht wordt.
- Gebruik een proefperiode. Bij veel thuisstudies kun je eerst een paar weken gratis proberen.
Alle cursussen per taal vind je bij de taalcursussen. Meer tips voor zelfstudie lees je in zelf een taal leren.